DEN BOSCH - Het hof heeft vandaag een 40-jarige man veroordeeld tot een celstraf van 11 jaar en 6 maanden wegens poging tot doodslag op vier personen in 2020. Anders dan het OM acht het hof poging tot moord niet bewezen. Ook is het hof het niet eens met de verdediging dat er sprake zou zijn van noodweer (exces).

Langslepend conflict

De verdachte had een langslepend conflict met een van de latere slachtoffers en diens familie. Op 26 mei 2020 was de verdachte in het huis van zijn vader en zag op camerabeelden een aantal auto’s aankomen, waar mensen uit stapten die hij herkende als behorend tot de familie waarmee hij een conflict had, en vrienden van die familie. Zijn vader liep naar de groep toe om hen te manen weg te gaan. De verdachte vertrouwde het niet en pakte een wapen. Hij meende te zien dat een van de leden van de groep een wapen uit de kofferbak van een auto haalde. Toen hij een schot hoorde, is hij al schietend op de groep afgerend. Daarbij heeft hij twee van de mannen zwaar verwond.

Poging tot doodslag

Anders dan het OM vindt het hof dat er geen sprake was van voorbedachten rade, en daarom niet van een poging tot moord. Daarvoor moet komen vast te staan dat de verdachte de gelegenheid heeft gehad om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Volgens het hof is het bewijs hiervoor onvoldoende toereikend. Het hof legt daarom een lagere straf op dan de door het OM geëiste celstraf van 18 jaar.

Het hof acht poging tot doodslag wel bewezen. De verdachte heeft meerdere malen in de richting van een groep wegrennende personen geschoten, en in de richting van een wegrijdende auto. Volgens het hof kan het niet anders dan dat hij de aanmerkelijke kans dat een of meer van deze personen dodelijk zou worden getroffen, bewust heeft aanvaard. Daarmee heeft hij de voorwaardelijke opzet gehad op hun dood en heeft hij zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag.

Geen noodweer (exces)

Volgens de verdediging zou de verdachte moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hij heeft gehandeld uit noodweer c.q. noodweerexces. De verdachte dacht dat er gevaar dreigde voor zijn vader of broer en dat hij daarom moest handelen om hen te verdedigen en de groep verjagen. Het hof ziet dit anders. Noodweer impliceert verdedigend optreden. Volgens het hof handelde de verdachte niet verdedigend maar juist aanvallend, nu hij schoot op wegrennende en weg rijdende personen. Een beroep op noodweer of noodweerexces slaagt daarom niet.

Beslissing hof

Het gemak waarmee de verdachte naar een vuurwapen grijpt om zijn geschillen te beslechten, baart grote zorgen. Dat geen andere personen door kogels zijn getroffen, is niet aan de verdachte te danken. Het gaat hier om een poging tot doodslag op meerdere personen en het mag een wonder heten dat niemand dodelijk werd getroffen. De oplegging van een zeer langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf is volgens het hof daarom noodzakelijk en de enige aangewezen optie. Niet alleen om recht te doen aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten en aan het leed dat de slachtoffers is aangedaan, maar ook om te benadrukken dat het handelen van de verdachte absoluut onaanvaardbaar is, en ter bescherming van de maatschappij. Uit het gebeurde blijkt duidelijk hoe kwalijk het ongecontroleerde bezit van vuurwapens is en waar dat toe kan leiden, aldus het hof.

Volgens het hof is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 jaar in deze zaak gerechtvaardigd maar omdat de zaak zowel bij de rechtbank als bij het hof te lang heeft geduurd, legt het hof een straf op van 11 jaar en 6 maanden. Ook moet de man aan de slachtoffers een schadevergoeding betalen van in totaal ruim 47.000 euro.