VUGHT - Het Openbaar Ministerie heeft vandaag een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van twee jaar geëist tegen een 30-jarige man die wordt verdacht van het gijzelen van een groep medewerkers van een afdeling binnen het Psychiatrisch Penitentiair Centrum (PPC) op het terrein van de PI Vught.

Toen op Sinterklaasvond 2025 duidelijk werd wat zich op de betreffende afdeling afspeelde, werd groot alarm geslagen. Er werd een politiemacht op de been gebracht en straten in de wijde omgeving werden afgezet. Een onderhandelaar van de politie kreeg de verdachte uiteindelijk zo ver zich over te geven.

De verdachte wilde een aardappelschilmesje, dat hij mocht gebruiken tijdens het koken, niet teruggeven en in de ruimte waar het personeel zat om de gedetineerden in de gaten te houden pakte hij een tweede mes waarmee hij de aanwezigen in bedwang hield. Een groepje andere personeelsleden hield zich verborgen in een ander vertrek en toen hij hen ontdekte, liet hij ook een mes zien. Dit deed hij ook toen andere collega’s de ruimte aan het begin van de gijzeling verlieten.

Voorwaardelijke straf

Bij het bepalen van de strafeis heeft het OM nadrukkelijk gekeken naar de huidige situatie van de verdachte, meer in het bijzonder zijn psychische problematiek. De verdachte zat in Vught in afwachting van plaatsing in een tbs-kliniek na zijn veroordeling voor een gijzeling in een café in Ede. Inmiddels is hij in een kliniek geplaatst. De gijzeling in Vught heeft dat proces overigens niet versneld. Het OM gaat niet over de plaatsing en de wachtlijst voor tbs-ers.

Het OM heeft in deze specifieke zaak een voorwaardelijke gevangenisstraf geëist omdat het OM het belang onderkent van een spoedige start van zijn eerder opgelegde tbs-maatregel. Een langdurige onvoorwaardelijke straf zou in dit geval betekenen dat verdachte zijn tbs-maatregel moet onderbreken om eerst de onvoorwaardelijke gevangenisstraf uit te zitten. Na het uitzitten van die straf is het maar zeer de vraag of verdachte daarna direct weer in een tbs-kliniek terecht kan.

Met een voorwaardelijke straf blijft een duidelijke strafrechtelijke stok achter de deur bestaan: als de verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt of de gestelde voorwaarden niet naleeft, kan de gevangenisstraf alsnog ten uitvoer worden gelegd.

Het Openbaar Ministerie benadrukt dat deze strafeis niet betekent dat strafbare feiten gepleegd gedurende detentie, bijvoorbeeld omdat iemand in afwachting is van plaatsing in een tbs-kliniek in een penitentiaire inrichting minder zwaar worden beoordeeld. Iedere zaak wordt afzonderlijk beoordeeld op basis van de feiten, de gevolgen voor de slachtoffers en de persoon van de verdachte. Met name de persoon van de verdachte heeft in deze zaak zwaar meegewogen bij het bepalen van de strafeis. Maar ook de beveiliging van de maatschappij doordat verdachte, wanneer de rechtbank de eis van het openbaar ministerie zou volgen, de eerder door de rechter opgelegde tbs-behandeling kan ondergaan

Naast de voorwaardelijke celstraf heeft de officier van justitie ook gevorderd dat de verdachte een schadevergoeding moet betalen aan de betrokkenen.