ROSMALEN - Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vandaag in een herzieningszaak Rob B., een 64-jarige man, vrijgesproken van het doden van zijn toenmalige vriendin op 10 april 2000. Het openbaar ministerie en de advocaat van de man hebben het gerechtshof op de zitting van 22 augustus 2022 ook om die vrijspraak gevraagd.

Evenals de rechtbank veroordeelde ook het gerechtshof ’s-Hertogenbosch de man in 2007 voor doodslag op zijn vriendin. Vanwege zijn psychische stoornis werd hij volledig ontoerekeningsvatbaar geacht en kreeg hij tbs met dwangverpleging opgelegd. In het najaar van 2017 is deze tbs-maatregel geëindigd.

Ontkenning

Op 10 april 2000 werd het levenloze lichaam van de vrouw aangetroffen in de gang van hun gezamenlijke flatwoning in Hintham, een stadsdeel in de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Haar keel/hals was doorgesneden. Rob B. heeft van begin af aan ontkend dat hij zijn vriendin van het leven had beroofd. Hij heeft altijd volgehouden dat hij die dag thuiskwam en zijn vriendin dood in de hal aantrof, in een plas bloed en dat zij zichzelf in de hals moest hebben gesneden. Bij zowel verdachte als zijn vriendin was sprake van psychiatrische problematiek.

Deskundigenonderzoek 2003

Aan de veroordeling door het hof ‘s-Hertogenbosch lagen destijds in de kern rapporten van twee deskundigen uit 2003 ten grondslag. Eén deskundige leidde uit de bloedsporen op de kleding van de man en de vrouw af dat de vrouw niet alleen kon zijn geweest. Zij zou in een ‘moeilijke voorovergebogen houding’ hebben gestaan op het moment dat zij begon te bloeden. In die houding kon de vrouw naar het oordeel van de deskundige niet staan zonder ondersteuning van een ander persoon achter haar. Verder oordeelde deze deskundige dat de bloedsporen op de voorzijde van de broek en op de schoenen van de man erop wezen dat de man erbij was toen de vrouw begon te bloeden. De andere deskundige leidde uit de vorm van de snee in de hals af dat de snee van links naar rechts was toegebracht. De vrouw zou zich die snee moeilijk zelf hebben kunnen toebrengen.

Nieuw onderzoek

Onder meer naar aanleiding van een nog niet eerder bekende verklaring van een voormalig huisarts is nieuw onderzoek in de zaak verricht. De vrouw had deze arts enkele weken voordat zij stierf dringend verzocht iets uit haar hals te snijden. Er zat echter niets in haar hals.
Er zijn andere deskundigen benoemd en er zijn vanaf 2018 nieuwe deskundigenrapporten uitgebracht. Deze deskundigen hebben na analyse van de bloedspoorpatronen en het letsel in de hals gerapporteerd dat de deskundigen in 2003 te stellige en verkeerde conclusies hebben getrokken. Bovendien hebben zij zich gebaseerd op onder meer onjuiste feitelijke vaststellingen. Zo had de kleding van de man - anders dan eerder was gerapporteerd - aan de voorzijde geen bloedspatten. Ook wijzen de bloedsporen op de schoenen van de vrouw er volgens de nieuwe analyse juist op dat de vrouw niet in een ‘moeilijke voorovergebogen houding’ stond, waarmee eerder het bloedspoorpatroon werd verklaard. Ook de richting (beweging) waarmee de snijwond is toegebracht, is niet vast te stellen, en als dat al zo zou zijn, aldus de deskundigen in 2018/2019, dan is daaruit niet stellig te concluderen wie de snijwond heeft toegebracht.

Geen bewijs voor doodslag en betrokkenheid

Na deze rapporten hebben de deskundigen op elkaar mogen reageren. De deskundigen hebben elkaar daarbij niet kunnen overtuigen. Het hof is na studie van het dossier en bestudering van alle rapporten tot de conclusie gekomen dat de deskundigenrapporten uit 2003, die geleid hebben tot het veroordelend arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, geen bewijs voor doodslag vormen, noch op enige wijze de conclusie kunnen dragen dat Rob B. aanwezig of op enige wijze betrokken is geweest bij de dood van zijn vriendin in 2000.

Omdat ander bewijs voor enige betrokkenheid van Rob B. ontbreekt, wordt hij vrijgesproken.