OPIJNEN - Het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch heeft vandaag een bestuurder van een woningbouwvereniging en een vastgoedhandelaar celstraffen tot 20 maanden opgelegd. De straffen zijn daarmee iets lager dan de rechtbank Oost-Brabant oplegde. Het hof vindt bewezen dat de bestuurder zich liet omkopen door de vastgoedhandelaar, en hem een veel te hoge prijs betaalde voor 2 opgeleverde projecten. Hij informeerde daarbij niet de raad van commissarissen van de woningbouwvereniging.

In 2001 werd de 59-jarige man benoemd tot directeur-bestuurder van de Bredase woningbouwvereniging Laurentius. Op dat moment was de organisatie voornamelijk gericht op het beheer van de bestaande woningvoorraad. In de jaren daarna richtte de woningbouwvereniging zich juist op het ontwikkelen van nieuwe projecten. De bestuurder was daarvoor het aanspreekpunt voor partijen die een project aanboden.

De bestuurder speelde met de vastgoedhandelaar één-tweetjes buiten het zicht van de woningbouwvereniging. Ook voorzag hij de raad van commissarissen niet van alle relevante informatie. Hij liet de woningbouwvereniging tussen 2006 en 2012 voor 2 projecten een veel te hoge prijs betalen aan de vastgoedhandelaar.

Omkoping en witwassen
De bestuurder ontving op zijn beurt privégelden van de vastgoedhandelaar. Ook heeft hij een kostbaar schilderij aangenomen van een zakenrelatie, zonder dit te melden aan de woningbouwvereniging. Daarnaast waste hij grote geldbedragen wit. Er werd onder andere een koffer met 700.000 euro aangetroffen, die het hof als witgewassen geld aanmerkt. De vastgoedhandelaar en zijn bedrijven wasten ook geld wit.

Ondermijning van vertrouwen
De verdachten vulden over de rug van de woningbouwvereniging schaamteloos hun zakken en bekommerden zich niet om de gevolgen voor anderen. Het handelen van de verdachten heeft grote impact; niet alleen voor de woningbouwvereniging, maar ook voor de huurders. Het oplichten van een woningbouwvereniging leidt tot een ondermijning van het vertrouwen dat de samenleving in dergelijke organisaties moet kunnen stellen.

Straffen
Bij het bepalen van de hoogte van de straf, weegt het hof onder meer mee dat het erg lang heeft geduurd voordat de zaak voor de rechtbank werd gebracht, en er daarna ook nog meer dan 2 jaar verstreken is voordat de zaak bij het hof is afgehandeld. Het gaat weliswaar om een omvangrijk en ingewikkeld onderzoek, maar dit rechtvaardigt niet het tijdsverloop. De celstraf van de directeur-bestuurder wordt daarom gematigd tot 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk. De straf van de vastgoedhandelaar is door het hof bepaald op 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het hof houdt hierbij rekening met de gevorderde leeftijd van de vastgoedhandelaar.

Ook de 2 aangeklaagde bedrijven worden bestraft en krijgen een geldboete opgelegd van respectievelijk 25.000 en 50.000 euro. De vastgoedhandelaar moet bovendien een bedrag van ruim 350.000 euro ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel betalen.