Chocolade-eitjes, eieren schilderen en het verstoppen van eieren in de achtertuin. Als je aan Pasen denkt, denk je al snel aan eieren. Maar waar komen deze tradities nou vandaan? En waarom eten we eigenlijk paaseieren met Pasen?
Christelijke tradities
Laten we bij het begin beginnen. Pasen is van oorsprong een christelijke feestdag. Jezus wordt na het laatste avondmaal gearresteerd in de tuinen van Getsemane, nadat hij verraden is door Judas, een van zijn discipelen. Jezus wordt door Romeinse bestuurder Pontius Pilatus ter dood veroordeeld en gekruisigd. Nadat hij zijn laatste adem blies aan het kruis werd zijn lichaam begraven in een graftombe, verzegeld met een zware steen, een dag die we nu Goede Vrijdag noemen. Zijn lichaam blijft daar liggen tot de volgende dag, Paaszaterdag. Het is op zondag, eerste Paasdag, dat wanneer een aantal rouwende vrouwen zijn graf bezoeken, zij deze leeg aantreffen. Jezus is uit de dood opgestaan.
In de weken voor Pasen vasten christenen veertig dagen, net zoals Jezus volgens de Bijbel veertig dagen in de woestijn vastte. Tijdens deze periode gaat het niet alleen om het laten staan van bepaalde voedingsmiddelen, maar ook om bewuster stil te staan bij wat je hebt en afstand te doen van luxe of afleidingen. Gedurende de vastentijd mochten bijvoorbeeld geen vlees en eieren worden gegeten. Aan het einde van het vasten werden de eieren vaak beschilderd of cadeau gedaan, een traditie die we vandaag de dag nog steeds in stand houden.
Andere theorieën
De link tussen eieren en het christelijke paasfeest is slechts één van de vele verklaringen voor het paasei. Zo waren in veel voorchristelijke religies eieren een symbool van vruchtbaarheid en het nieuwe leven. Het zou staan voor een nieuw en vruchtbaar seizoen en de aftrap van het voorjaar. Zo aten Germaanse stammen eieren bij de offermaaltijden voor Ostara, de godin van de lente en de vruchtbaarheid.
Ook in het Jodendom hebben eieren een betekenis. Bij begrafenismaaltijden worden er eieren gegeten om daarmee de wedergeboorte na de dood te visualiseren. Het ei was dus al eeuwenlang een krachtig symbool van nieuw leven, lang voordat het een vaste plek kreeg in Pasen zoals we het nu kennen.
Uitvinding chocolade-ei
Nu vraag je je waarschijnlijk af hoe al deze religieuze verhalen en tradities in verband staan met het eten van een chocolade-eitje. Het chocolade-ei is in de 18e eeuw bedacht in Parijs, als luxevariant van het gewone (paas)ei. In het begin maakten banketbakkers zelfs de chocolade-eieren in een mal gemaakt van echte eieren.
Het werd een onderlinge wedstrijd van welke bakker de mooiste eieren kon maken, waardoor de eieren steeds extravaganter werden. Deze creatieve strijd lijkt wel nooit te zijn gestopt, want ook vandaag proberen chocolademakers elkaar te overtreffen met nieuwe smaken en varianten. Zo is de echte winnaar wel de Jamin met opvallende smaken als pizza Hawaï en biefstuk (ja echt waar).
Fabergé-eieren
Naast chocolade-eieren inspireerde ook de aristocratie creatieve vormen van het paasei. Het begon allemaal bij tsaar Alexander III die in 1885 zijn vrouw een paasgeschenk wilde geven. Maria Flodorovna, geboren als Dagmar van Denemarken, werd uitgehuwelijkt aan de tsaar van Rusland. Ze was eenzaam en voelde zich niet thuis in een vreemd land. De tsaar wilde haar opvrolijken en gaf opdracht om als paascadeau een juweel in de vorm van een ei te laten maken. Dit was het allereerste Fabergé-ei. Het werd een traditie onder de Russische aristocraten om twee keer per jaar een Fabergé-ei te maken als cadeau voor echtgenotes en moeders. Tussen 1885 en 1916 werden er door juwelier Peter Carl Fabergé 50 eieren gemaakt, die vooral bekend staan om hun onschatbare waarden.
Of het nu gaat om een beschilderd ei, een chocolade-eitje of een Fabergé-ei, het paasei is boven alles een symbool van nieuw leven. Door de eeuwen heen kreeg het ei steeds weer een nieuwe vorm, van religieuze traditie tot een creatieve lekkernij.
Dit artikel is eerder gepubliceerd in de voorjaars editie van de Update krant.

12.2 ℃

























